Financiële resultaten

De bruto levering van drinkwater over 2015 bedroeg 106,7 miljoen m3. Het gemiddelde niet in rekening gebracht verbruik (NIRG) over een periode van 5 jaar bedraagt 5,6% (2014: 5,5%) waardoor de netto drinkwaterafzet uitkomt op 100,8 miljoen m3. De bijbehorende drinkwateromzet komt daarmee op € 171 miljoen. De totale geconsolideerde wateropbrengsten bedragen € 179,7 miljoen.
Over 2015 bedroegen de kosten voor het natuurbeheer en recreatievoorzieningen € 7,2 miljoen. € 4,3 miljoen hiervan had betrekking op het beheer van de waterwingebieden. Deze zijn een essentieel onderdeel van ons drinkwaterzuiveringsproces. Tegenover de resterende kosten staan externe opbrengsten.
PWN heeft over 2015 een positief resultaat van € 9,4 miljoen behaald.

Het totaal aantal administratieve drinkwateraansluitingen bedroeg eind 2015 786.960 (eind 2014: 782.602). Het aantal zakelijke aansluitingen hiervan komt op 9.348 (eind 2014: 8.770). Zakelijk wordt hierbij gedefinieerd als ‘alle aansluitingen met een vastrechttarief anders dan standaard’.

Het verloop van het aantal administratieve aansluitingen wordt hieronder weergegeven:

Financieel resultaat
Het nettoresultaat over 2015 bedraagt € 9,4 miljoen positief. Het positieve resultaat wordt direct gebruikt ter versterking van het eigen vermogen, dit om ook in de toekomst drinkwaterlevering en behoud van kwaliteit te garanderen.

Vanwege de omvang van de investeringen van PWN is externe financiering noodzakelijk. Voor het aantrekken hiervan is PWN aan regels gebonden door de Drinkwaterwet en het bijbehorende Drinkwaterbesluit. De wet bepaalt onder andere dat de kosten die PWN maakt voor zowel het eigen als het vreemd vermogen onder een vastgesteld kengetal (WACC) moeten blijven. Daartoe voert PWN een strak financieel beleid. Daarnaast is het van belang dat PWN tegen een zo gunstig mogelijke rente geld kan lenen om de investeringen mogelijk te maken. Daartoe streven we naar een gewogen verhouding tussen het eigen- en vreemd vermogen van minimaal 30%, te bereiken in 2020. Het positieve resultaat over 2015 draagt bij aan het realiseren van deze doelstelling.

Personeelskosten
De personeelskosten zijn licht afgenomen. Dit houdt vooral verband met een daling van het aantal fte en lagere werkgeverspremies. Het aantal fte over 2015 bedraagt 612 (2014: 616). Deze afname houdt met name verband met de inkrimping van het personeelsbestand van PWN als gevolg van het project PWNext. De inkrimping vindt plaats op basis van natuurlijk verloop. Dat de salariskosten niet evenredig afnemen in relatie tot de afname van het aantal fte is mede het gevolg van het activeren van loonkosten onder investeringsprojecten.

Kasstromen en financieringsbehoefte
De kasstromen uit operationele en financieringsactiviteiten zijn € 42,7 miljoen positief. De kasstromen uit investeringsactiviteiten € 40,4 miljoen negatief. Per saldo resteert een positieve kasstroom over 2015 ter hoogte van € 2,2 miljoen. De financieringsbehoefte bedroeg in 2015 € 7,5 miljoen en had voornamelijk betrekking op herfinanciering van bestaande leningen.

Financiële ratio’s
Conform de afgesproken convenanten met de financiers van PWN stuurt PWN op een drietal ratio’s (convenanten), te weten: solvabiliteit, leverage ratio en interest coverage ratio (ICR).

Verder wordt in de Drinkwaterwet een maximum gesteld aan de vermogenskosten die in rekening mogen worden gebracht door de drinkwaterbedrijven aan de klant. Dit maximum wordt gemeten door de Weighted Average Cost of Capital.

PWN heeft in 2015 voldaan aan de financiële ratio’s van haar financiers en de verplichtingen vanuit de Drinkwaterwet.

Solvabiliteit
PWN heeft zich tot doel gesteld om in 2020 op een geconsolideerde solvabiliteit uit te komen van 30%. De geconsolideerde solvabiliteit bedraagt per ultimo 2015 26,3% (2014: 24,8%).

Leverage ratio
Naast de solvabiliteit stuurt PWN op de leverage ratio (netto schuldpositie ten opzichte van de operationele cashflow). Deze verhouding mag conform de huidige convenanten met enkele banken maximaal 7,5:1 zijn. Ultimo 2015 bedraagt deze ratio 6,3:1 (2014: 6,6:1).

Interest coverage ratio (ICR)
Het laatste convenant betreft de ICR. Deze ratio moet minimaal 1 bedragen. De ICR ultimo 2015 is gelijk gebleven aan 2014, zijnde 1,5.

Weighted Average Cost of Capital (WACC)
Voor 2015 is de streefwaarde voor de WACC door de overheid gesteld op een maximum van 4,8%. Ultimo 2015 bedroeg de WACC voor PWN 3,6% (2014: 3,6%). Deze lagere WACC (dan maximum) wordt veroorzaakt doordat het rendement op het eigen vermogen lager is dan toegestaan. Door het tarievenbeleid blijven de rendementen op het eigen vermogen ook de komende jaren ruim onder het thans toegestane rendement.

Treasury
De treasuryfunctie bij PWN richt zich in belangrijke mate op de financiering en de beheersing van de renterisico’s en -lasten. De contouren waarbinnen besluiten worden genomen op het gebied van treasury zijn vastgelegd in het treasurystatuut.

Binnen PWN wordt aan de treasury-activiteiten geen winstverantwoordelijkheid toegekend. De primaire taak van treasurymanagement is het beheren en beheersen van de financiële posities die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering en wel op een zodanige wijze dat:

  • de daaraan verbonden risico’s worden beheerst;
  • de daarmee gepaard gaande kosten worden beperkt;
  • de te realiseren opbrengsten worden verhoogd.

De treasurer is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de Raad van Commissarissen vastgestelde Treasurybeleid. De beschikbare middelen worden binnen de eigen organisatie aangewend.

Het aangaan van transacties en het afnemen van bancaire diensten geschiedt tegen marktconforme voorwaarden. Offertes worden bij meerdere partijen opgevraagd en overeengekomen tarieven worden objectief gebenchmarkt.

Transacties, zoals het kopen van rente-instrumenten, worden uitsluitend aangegaan met kredietwaardige partijen. De kredietwaardigheid van de tegenpartij moet door een onafhankelijke ‘rating agency’ zijn vastgesteld.

Financiële instrumenten
PWN hanteert rente- en valutamanagement ter beheersing van de rente- en valutaresultaten en bescherming van balansverhoudingen tegen de nadelige invloed van rente- en valutabewegingen. In een periode van 12 maanden mag het relatieve renterisico niet meer bedragen dan 20%. Deze eis is vastgelegd in het treasurystatuut. De financiële instrumenten worden alleen gebruikt voor het afdekken van renterisico’s.

PWN heeft in 2015 de volgende rente- en valuta-instrumenten toegepast:

  • Payers swap
  • Cross-currency swap

De acht payers swap instrumenten die PWN heeft, hebben in 2015 een mindere negatieve waarde gekregen als gevolg van de gedaalde resterende looptijd. Doordat PWN deze instrumenten tot einde looptijd aanhoudt (ter dekking van de variabele rente), brengt deze waarde op zichzelf geen risico met zich mee. Dit komt doordat de waarde van deze instrumenten aan het einde van de looptijd nihil is.
Vier van deze payers swaps kennen een Mutual Termination Clausule (MTC). Dit is een bepaling die beide partijen het recht geeft om op de hierin vastgelegde datum, de swap, onder verrekening van de dan geldende marktwaarde, voortijdig te beëindigen. Twee van deze MTC’s hebben een ingangsdatum van respectievelijk 2021, 2022, 2024 en 2025.

In de jaarrekening wordt op deze instrumenten een nadere toelichting gegeven.